Wat is artrose?

Artrose is een gewrichtsaandoening waarbij het kraakbeen in een gewricht geleidelijk aftakelt. Lange tijd werd artrose gezien als simpelweg "slijtage" van het kraakbeen, met een op zichzelf staande, onbekende oorzaak. Dat beeld is inmiddels achterhaald: we weten nu dat artrose een aandoening is van het hele gewricht; kraakbeen, onderliggend bot, gewrichtskapsel én de synoviale vloeistof spelen allemaal een rol. Ook is duidelijk geworden dat er sprake is van een lichte, aanhoudende ontstekingsreactie in het gewricht, en niet alleen van mechanische slijtage.

Een eenduidige, enkelvoudige oorzaak is er niet, maar wel een flink aantal bekende risicofactoren: leeftijd, overgewicht, eerdere gewrichtsblessures, een scheve of instabiele gewrichtsstand, herhaalde overbelasting en erfelijke aanleg spelen allemaal mee.

Hoe ontstaan de klachten?

Als het kraakbeen zijn beschermende functie verliest, reageert het bot daarop door het draagvlak te vergroten — met als doel de druk op het gewricht te verdelen. Hierdoor kunnen benige uitsteeksels ontstaan (osteofyten), en kan het gewricht dikker en misvormd raken.

Bewegen wordt hierdoor pijnlijker, waardoor mensen het gewricht vaak vanzelf minder gaan gebruiken. Dat lijkt logisch, maar werkt averechts: minder bewegen leidt tot stijfheid en verzwakking van de spieren rond het gewricht, wat de klachten juist verder kan verergeren. Daarom wordt in de huidige behandeling van artrose juist actief bewegen en gericht oefenen aangeraden, in plaats van het gewricht te ontzien.

Wie krijgt artrose?

Artrose komt vooral voor bij oudere mensen, maar kan op elke leeftijd ontstaan. Het is de meest voorkomende gewrichtsaandoening en komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Elk gewricht kan worden aangetast, maar heupen, knieën, handen en de nek zijn het vaakst de eerste plekken waar artrose zich meldt.

Kan artrose worden behandeld?

Artrose is niet te genezen: eenmaal beschadigd kraakbeen herstelt zich niet en kan op termijn zelfs grotendeels verdwijnen, waardoor de onderliggende botten meer belasting te verduren krijgen en de pijn toeneemt.

Er bestaat op dit moment geen medicijn dat het degeneratieve proces zelf aantoonbaar stopt of vertraagt. Fysiotherapie, gericht oefenen, gewichtsvermindering (bij overgewicht) en waar nodig pijnstillende of ontstekingsremmende medicatie kunnen wel de klachten verminderen en het gewricht langer goed laten functioneren. Bij ernstige artrose kan een gewrichtsvervangende operatie (een kunstgewricht) uitkomst bieden om weer soepel te kunnen bewegen.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

De diagnose artrose wordt in de eerste plaats gesteld op basis van het verhaal van de patiënt en een lichamelijk onderzoek: activiteitsgebonden pijn, kortdurende ochtendstijfheid en de leeftijd van de patiënt geven vaak al een duidelijk beeld. Een röntgenfoto is niet altijd nodig om de diagnose te bevestigen, sterker nog, op een röntgenfoto zijn artrotische veranderingen soms ook zichtbaar bij mensen die helemaal geen klachten hebben. De foto wordt vooral ingezet om andere aandoeningen uit te sluiten of om de ernst van de artrose in beeld te brengen. Bloedonderzoek kan artrose niet aantonen, maar wordt soms wel gebruikt om andere gewrichtsaandoeningen, zoals reuma, uit te sluiten.

Welke klachten horen bij artrose?

De meest voorkomende klachten bij artrose zijn:

  • pijn, vooral tijdens of na belasting
  • stijfheid, met name na rust of 's ochtends
  • bewegingsbeperking van het gewricht
  • een knarsend of krakend gevoel bij bewegen
  • soms een lichte zwelling of warmte van het gewricht, door de lichte ontstekingsreactie die bij artrose hoort

Wat kan helpen: Een correctiezool kan de stand van het gewricht enigszins aanpassen en zo de druk in een gewricht wat verplaatsen. 

 

Kabiz
Sohn
Geschillencommissie Zorg Algemeen
SEMH
Bewegingsvisie
SEMH