Wat is het iliotibiale bandsyndroom?

Het iliotibiale bandsyndroom, van oudsher ook wel het "frictiesyndroom van de tractus iliotibialis" genoemd, is een overbelastingsblessure die vooral voorkomt bij lange-afstandslopers en wielrenners — goed voor ongeveer 10% van alle hardloopblessures, en ongeveer twee keer zo vaak bij vrouwen als bij mannen. De tractus iliotibialis is een stevige peesplaat die vanaf de heup, via de buitenzijde van het bovenbeen, tot net onder de knie loopt.

Wrijving of juist compressie?

De naam "frictiesyndroom" verwijst naar de oudere theorie dat de klachten ontstaan doordat de tractus tijdens het buigen en strekken van de knie steeds over een botuitsteeksel aan de buitenzijde van het bovenbeen (de laterale epicondyl) heen en weer schuift, met irriterende wrijving tot gevolg.

Anatomisch onderzoek uit 2006, gebaseerd op onderzoek van kadavers en MRI-scans, laat echter zien dat de tractus daar juist stevig vastzit met bindweefselstrengen en nauwelijks van voor naar achter over het bot beweegt. In plaats daarvan ontstaat de pijn vermoedelijk doordat een dun, rijk doorbloed en zeer gevoelig laagje vetweefsel tússen de tractus en het onderliggende bot bekneld raakt en samengedrukt wordt, met name rond een buigingshoek van de knie van ongeveer 30 graden. Vandaar dat de term "compressiesyndroom" (of impingementsyndroom) tegenwoordig als wetenschappelijk juistere beschrijving geldt dan "frictiesyndroom", ook al is de oude naam in de praktijk nog het meest gangbaar.

Waardoor ontstaat het?

Verschillende factoren kunnen bijdragen aan het ontstaan van deze blessure:

  • Zwakte van de heupabductoren (met name de middelste bilspier), waardoor het bekken tijdens het lopen wat meer wegzakt en het bovenbeen naar binnen kantelt, dit wordt tegenwoordig gezien als een van de belangrijkste onderliggende factoren, en is ook een belangrijk aandachtspunt bij het klinisch onderzoek.
  • Trainingsfouten, zoals een snelle toename van het aantal kilometers, veel heuvelafwaarts lopen, of trainen op een hellend wegdek.
  • Een afwijkende beenas of voetstand, bijvoorbeeld een hielbeen dat wat naar buiten staat (varusstand), wat de spanning op de tractus kan beïnvloeden.
  • Een beenlengteverschil.

Klachten

De klachten zitten kenmerkend aan de buitenzijde van de knie, en worden meestal duidelijk erger tijdens het hardlopen, vooral bergafwaarts of bij het buigen van de knie rond de kwetsbare hoek van ongeveer 30 graden. De zogeheten Noble-compressietest, waarbij druk op de tractus ter hoogte van de laterale epicondyl wordt uitgeoefend tijdens het buigen van de knie, wordt vaak gebruikt om de diagnose te ondersteunen.

Behandeling

De eerste stap is meestal het tijdelijk aanpassen van de training: minder kilometers, geen heuvelafwaartse trainingen, en het vermijden van een hellend wegdek. Omdat heupzwakte vaak een rol speelt, vormt gerichte versterking van de heupabductoren tegenwoordig een belangrijk onderdeel van de behandeling, naast rekoefeningen, het uitrollen van de tractus (foam rolling) en, waar nodig, aanpassing van het looppatroon.

Met een maatwerk correctiezool kan een afwijkende voet- of beenstand worden gecorrigeerd, als onderdeel van de behandeling.

Bronnen: Fairclough J, Hayashi K, Toumi H, et al. The functional anatomy of the iliotibial band during flexion and extension of the knee: implications for understanding iliotibial band syndrome. Journal of Anatomy, 2006;208(3):309-316. doi:10.1111/j.1469-7580.2006.00531.x Iliotibial Band Syndrome. StatPearls, National Center for Biotechnology Information (NCBI Bookshelf), laatst bijgewerkt 2023. Hutchinson LA, et al. Iliotibial Band Syndrome: An Update. American Journal of Sports Medicine / Sports Health, 2022.

Kabiz
Sohn
Geschillencommissie Zorg Algemeen
SEMH
Bewegingsvisie
SEMH