Wat is Jumper's Knee?

Jumper's Knee, ook wel infrapatellaire insertietendinopathie of (minder correct) apexitis patellae genoemd, is een overbelastingsblessure van de patellapees: de pees die van de onderzijde van de knieschijf naar het scheenbeen loopt en samen met de bovenliggende quadricepspees het strekmechanisme van de knie vormt. De knieschijf zelf is het grootste sesambot van het menselijk lichaam en functioneert als een soort katrol binnen dit systeem.

De klacht komt veel voor bij sporters die veel lopen en springen, en geeft typisch pijn aan de voorzijde van de knie, ter hoogte van de peesaanhechting net onder de knieschijf, niet áchter de knieschijf zelf, wat eerder wijst op een andere aandoening, zoals het patellofemoraal pijnsyndroom. Strekken tegen weerstand, springen, hardlopen, afzetten en traplopen zijn kenmerkend pijnlijk.

Een kanttekening bij de naam

De term "apexitis" (ontsteking van de top van de pees) suggereert een klassieke ontsteking. Onderzoek laat echter zien dat het bij deze aandoening niet om een ontsteking gaat, maar om een degeneratief proces in de peesvezels, veroorzaakt door opeenstapeling van micro-schade wanneer de belasting herhaaldelijk groter is dan wat de pees op dat moment aankan. Vandaar dat de term patellapees-tendinopathie tegenwoordig de voorkeur heeft boven "tendinitis" of "apexitis".

Waar precies doet het pijn?

De klachten kunnen op drie plekken ontstaan:

  • Aan de onderzijde van de knieschijf, de klassieke, verreweg meest voorkomende locatie van Jumper's Knee.
  • Bij de aanhechting op het scheenbeen (tuberositas tibiae), bij volwassenen een minder vaak voorkomende variant van dezelfde pees-tendinopathie; bij groeiende jongeren wijst pijn op precies deze plek eerder op de ziekte van Osgood-Schlatter, een aparte, groeigerelateerde aandoening van hetzelfde botpunt.
  • Aan de bovenzijde van de knieschijf, bij de aanhechting van de quadricepspees, dit wordt een suprapatellaire insertietendinopathie genoemd en komt beduidend minder vaak voor.

Hoe vaak komt het voor?

Jumper's Knee is bepaald geen zeldzaamheid onder sporters in sprong-intensieve takken: onderzoek onder elite-volleyballers laat een puntprevalentie zien van maar liefst 40 tot 50%, en ook bij basketballers ligt dit percentage hoog. Bij niet-elite sporters is dit lager, maar met name onder volleyballers nog altijd rond de 14%. De klacht is bovendien vaak hardnekkig: bij een deel van de sporters houden de klachten jarenlang aan, met een reëel risico op vroegtijdig stoppen met de sport.

Waardoor ontstaat het?

Jumper's Knee ontstaat door herhaalde, intensieve belasting van de patellapees, vaak bij sporten met veel sprongen. Explosieve acties, een harde ondergrond (op beton is de kans op de klacht bijna twee keer zo groot als op zachtere ondergrond) en slecht schoeisel vergroten de kans, net als een te snelle opbouw van de trainingsbelasting.

Ook individuele factoren spelen een rol: hypermobiliteit van de knieschijf, verkorte bovenbeenspieren, standsafwijkingen van de knie, lichaamsgewicht en leeftijd. Voor de voetspecialist is één punt bijzonder relevant: onderzoek bij jonge, elite basketballers laat zien dat een beperkte dorsale flexie van de enkel (het onvoldoende kunnen buigen van de voet naar het scheenbeen toe) een voorspellende risicofactor is voor het ontwikkelen van patellapees-klachten. Ook een afwijkende voetvorm of voetstand kan via de keten van voet tot knie bijdragen aan een verhoogde belasting van de pees.

Behandeling

De kern van de behandeling bestaat uit gerichte, opbouwende oefentherapie van de quadriceps, waarbij zwaar, langzaam opgebouwde belasting (heavy slow resistance) goed onderbouwd is als effectieve aanpak. Tijdelijke aanpassing van de sportbelasting, met name minder springen, geeft de pees de kans om te herstellen. Een patellapeesband kan tijdens sportbeoefening verlichting geven door de trekkracht op de pees wat te verdelen.

Gezien de rol van beperkte enkelmobiliteit als risicofactor, is aandacht voor de kuit- en enkelflexibiliteit een zinvol onderdeel van zowel preventie als behandeling. Wanneer een afwijkende voetstand meespeelt in de overbelasting van de keten, kan een goed afgestemde correctiezool bijdragen aan het verminderen van de belasting op de knie. Het is hierbij wel eerlijk om te vermelden dat een zool de kern van het probleem, de overbelaste pees zelf, niet oplost; de zool ondersteunt de bredere aanpak, maar vervangt gerichte oefentherapie niet.

Bronnen: Patellar Tendinopathy (Jumper's Knee). StatPearls, National Center for Biotechnology Information (NCBI Bookshelf), laatst bijgewerkt 2026. Rio E, van Ark M, Docking S, et al. Patellar tendinopathy: clinical diagnosis, load management, and advice for challenging case presentations. Journal of Orthopaedic & Sports Physical Therapy, 2020. Nutarelli S, Mondini Trissino da Lodi C, Cook JL, Deabate L, Filardo G. Epidemiology of Patellar Tendinopathy in Athletes and the General Population: A Systematic Review and Meta-analysis. Orthopaedic Journal of Sports Medicine, 2023. Backman LJ, Danielson P. Low range of ankle dorsiflexion predisposes for patellar tendinopathy in junior elite basketball players: a 1-year prospective study. American Journal of Sports Medicine, 2011;39(12):2626-2633.

Kabiz
Sohn
Geschillencommissie Zorg Algemeen
SEMH
Bewegingsvisie
SEMH